Weg
Griezelig. Ja, ik ga liever naar een museum dan naar een strand. Ja, ik lees op vakantie, het liefst in de schaduw van een boom. Dat mag een appelboom zijn. Ik ben weleens met een caravan in Engeland gesignaleerd en met een zwerfwagen in Frankrijk. En inderdaad, nooit zuidelijker dan Bordeaux. Onder Bordeaux beginnen de tropen. Ik ben geen tropenmens.
Er zijn een paar principes die ik koester. Zonneschijn is voor tomaten. Zwemmen is voor vissen. Reizen is voor mensen die thuis niet gelukkig zijn. Dat is een wereldbeeld dat niet echt tot verre verplaatsingen noopt. Op dag twee slaat bij mij heimwee toe, ook dat heb je correct voorspeld, Linda. Waarom ben ik hier, denk ik dan. Waar is mijn eigen bed, de vertrouwde badkamer, mijn boeken en mijn krant, het gepruttel van de koffie in mijn eigen keuken. Wat doe ik mezelf aan? Had ik geen dierbaren die er anders over denken, ik bleef thuis. Als ik vreemde culturen wil leren kennen, lees ik Donau van Claudio Magris of koop ik voor 3,80 euro The Guardian. Dat is veel geld voor een krant, maar géén geld voor een kanaalovertocht.
Ik heb er ooit eens iets over gezegd op de radio, in een reisprogramma nog wel. Dat was vloeken in de kerk. Overstelpt met mailtjes. Zeer tot mijn verbazing géén luisteraars die mij een rare kwiet vonden.
Allemaal mensen met vakantieangst. Lotgenoten. Mensen die een kat in huis hebben gehaald, niet omdat ze van katten houden, maar omdat ze een sociaal aanvaard excuus zochten om een zomer lang thuis te zitten: "Ik kan niet weg, ik moet voor de poes zorgen."
Ik herinner me de brief van V. "Je hebt me gelukkig gemaakt, Koen," schreef ze. Jarenlang had ze geleefd in de veronderstelling dat ze de enige was met een reishekel. Die twee minuten radio waren een pak van haar hart geweest. Ze wou met me trouwen. Ik heb een vriendelijk maar gedecideerd nee teruggemaild, want bij trouwen hoort een huwelijksreis.
Labels: column

