vrijdag, juli 10, 2009

Het Goede Lezen

We hadden afgesproken aan het openluchtzwembad in het Boekenbergpark. Marc Reynebeau, Annelies Beck, Filip Huysegems, Eric de Mildt, Annemie Struyf en ik. We zouden twee afleveringen maken van de zomerse boekenrubriek in De Standaard Der Letteren. Zwembroek meebrengen, stond er in het mailtje van Filip.

Het regende en het was koud. Geen zwemweer. Dat beviel me, ik hoefde niet te bekennen dat ik geen zwembroek heb. Maar Annemie Struyf zwemt zelfs als het regent en als het koud is. Een van de komende weken staat het fotografische bewijs daarvan in uw kwaliteitskrant.

Maar we zouden dus over boeken praten. Waarmee werd bedoeld: romans. Ik lees geen romans. Het gezelschap jouwde me uit. Ik ben een non-fictiemens. Ian Kershaw of Jonathan Littell? Ian Kershaw!

Ik had "De Tak van Salzburg" van Atte Jongstra in mijn rugzak gestoken, waarin je heerlijke dingen kan lezen als
"Bij alle deugden die de koe bezit is ze toch eenvoudig gebleven. Ze heeft niet de trots van het paard of de eigengereidheid van het varken. Een koe kijkt de wereld in met een blik van welwillende belangstelling".
In mijn volgende leven zal ik een koe zijn.

Ik vertelde over John Cleves Symmes, een begin-negentiende-eeuwer waarover ik gelezen heb in "Miskend talent" van Paul Collins. Symmes geloofde dat de aarde hol is en dat er aan de binnenkant ook mensachtigen leven. Op de Zuidpool is er een gat waardoor je naar de binnenwereld kan. Zijn leven lang zocht Symmes naar een geldschieter voor een expeditie. Helaas haalde de dood hem in.

Ik vertelde over majoor Remy Brück die het aardmagnetisme heeft bestudeerd en verkondigde dat de opkomst en neergang van volkeren en beschavingen door dat magnetisme wordt gestuurd in cycli van 516 jaar. Matthijs van Boxsel schrijft daarover in zijn "Encyclopedie van de Domheid". Koning Albert werd door de theorieën van Brück gecharmeerd en liet zijn strategie tijdens de eerste wereldoorlog erdoor bepalen. Reynebeau vond dat uiterst interessant.

Ik las een stukje voor uit "The Dying Game" van Melanie King:
"Mark Twain claimed to have ridden aboard an Egyptian train whose fuel was 'composed of mummies three thousand years old, puchased by the ton or by the graveyard for that purpose.' He even reported that 'prebeian mummies didn't burn as well as a king'."
Geef toe, zulke dingen lees je niet in "Nachttrein naar Lissabon".

Ik had "The Discovery of France" bij, het brillliante boek van Graham Robb, waarin wij vernemen dat terwijl er ontdekkingsreizigers naar de Nieuwe Wereld voeren, grote delen van Frankrijk nog witte plekken waren op de kaart. Dat tot ver in de negentiende eeuw de meeste Fransen geen Frans spraken, en dat expedities naar de Franse binnenlanden ware heldentochten waren. Het boek begint op die dag in 1740 waarop zo'n held door inboorlingen in stukken wordt gehakt. Denk daaraan als u straks over de Route Nationale 7 rijdt.

Over een paar weken staat het nog eens in het lang en het breed in De Standaard.

Labels:

donderdag, juni 18, 2009

Mars


Mijn laatste column voor Weekend Knack voor de zomervakantie. Bijna alles wat hieronder staat is waar.

"De Schotten zijn gek", zei ik terwijl ik een wolkje in de koffie maakte. Het ochtendlijke gekibbel hield meteen op. Wat mijn bedoeling was. Afleiding is een efficiëntere opvoedingstechniek dan stemverheffing of karwats.
"Omdat Schotten een rokje dragen?", vroeg kind één.
"Omwille van die doedelzakken?", vroeg kind twee die de volgende dag jarig zou zijn.
"Boomslingeren? Loch Ness?", vroeg kind drie.
Drie paar ogen keken me aan. Plus de ogen van hun moeder, mijn vrouw, waarin ik kon lezen dat het niet in ons opvoedingsproject past om een volledig volk zonder reden gek te verklaren. Er werd van mij een verklaring verwacht.

"Gefrituurde Mars", zei ik.
Dat volstond niet.
"Eén van de lievelingsgerechten van de Schotten is gefrituurde Mars." Als je bij de radio werkt, worden je de gekste dingen medegedeeld, Linda. Je mag die vervolgens op kosten van de samenleving checken en dubbelchecken. Het bleek waar te zijn. Gefrituurde Mars is te koop in de betere fish and chipszaak in Glasgow en Edinburgh. Maar thuis kan het ook: koel een Mars een halve dag in de ijskast. Haal hem door een dun beslag en laat hem in een paar minuten goudbruin bakken in hete frituurolie. Opdienen met tomatenketchup en een bolletje vanille-ijs. Gefrituurde Mars wordt ook als hoofdschotel geserveerd. Met frietjes. De Schotten zijn gek.
"Morgen ben ik jarig, en dan mag ik kiezen wat we eten", zei mijn dochter. De ogen van haar moeder, mijn vrouw, schoten vuur.

De volgende dag stond ik dus Mars te frituren.

Ook de moeder van de jarige, mijn vrouw, bestelde er eentje. Met ketchup. Haar nieuwsgierigheid won het van haar afkeer. Ze vond het niet onlekker. Niemand vond het onlekker, ook ik niet. De eerste hap is zelfs verrukkelijk. Eerst bijt je door het zoute, gloeiendhete korstje dat licht krokant weerstand biedt. En daarna vult je mond zich met de machtig volle smaak van gesmolten chocolade en lauwe karamel. Smeuiig is het woord, je tong plakt aan je verhemelte. De ketchup zorgt voor een lichtzure toets. En voor de vitamientjes, zei de jarige. Maar vanaf hap twee wordt het zwoegen.

Niemand bestelde een tweede bordje. En daarna waren we allemaal samen een beetje mottig. Zonde van de mars, zonde van het beslag, zonde van het frietvet, zonde van de tijd, zonde van de chaos in de keuken. En zonde van de vierhonderdtwintig kilocalorieën. De Schotten zijn gek.

Labels:

dinsdag, juni 09, 2009

Mail

Daarnet gevonden tussen de elektrische post. "Een dringende oproep tot de politieke journalisten (en de politici) die ongetwijfeld geen gevolg zal krijgen". Mail van een burger die zich zorgen maakt over de regeringsonderhandelingen en de verslaggeving erover. Ik vat samen:
(...) zo lang er hierover geen definitief akkoord bestaat heeft het geen enkele zin om elke dag krantenpagina’s, radiominuten en televisiebeelden te verspillen aan nietszeggende verslagjes, aankondigingen van bezoekjes, reacties, commentaartjes en hypotheses. De vierde macht hoeft echt niet aan de onderhandelingstafel te zitten. (...)

We hebben de voorbije maanden een tsunami moeten ondergaan van – niet altijd even relevant - verkiezingsnieuws. Alles is nu gezegd, de standpunten zijn gekend en de kiezer heeft gesproken. Laat de partijen nu in alle rust hun belangrijk voorbereidend werk doen.

De vorige federale regeringsvorming heeft geleerd dat de pers meer kwaad dan goed doet. En er zal heus wel een persconferentie bijeengeroepen worden als er echt en definitief nieuws is. Alleen het resultaat telt.

Ik kan me niet voorstellen dat er in deze tijden geen ander belangrijk politiek nieuws te vinden is in de diverse geledingen van onze maatschappij. Ga eens op zoek naar positieve signalen en creatieve voorstellen uit de bedrijfswereld, de sociaal-culturele sector en het middenveld. Inspireer de onderhandelaars, in plaats van hen lastig te vallen met voortijdige en overbodige vragen.
Een oproep die inderdaad "geen gevolg zal krijgen". Maar wel interessant.

(Ik zal de naam van de auteur vermelden als die zich in het bovenstaande herkent en mij laat weten dat hij dat op prijs zou stellen.)

Labels:

woensdag, juni 03, 2009

Togo


Goed dat de Weekend Knack bestaat. En goed dat ik daar tweewekelijks de achterkant van een halve pagina reclame mag grijs kleuren met lettertjes. Op die wijze gebeurt er ook nog eens iets op mijn weblog. Daar gaan we.

Nonkel Christophe is dood. Dat wordt mij gemeld uit het verre Togo. Christophe Fillet, schielijk overleden ten gevolge van een hartaanval. Het is een mailtje in het Frans en dan klinkt doodgaan mooi: "Malheureusement décédé le 21 juillet, suite à une crise cardiaque". Het bericht komt van een zekere Michel Davidas, advocat.

Ik zou moeten rouwen, maar dat lukt me niet. Ik wist niet dat ik een oom had in West-Afrika. Er overvalt me zelfs een zekere vrolijkheid. Want lees mee.
"Mr. Christophe Fillet laisse derrière lui une importante sommes de 12,7 Million de dollars américains auprès de L' Union Togolaise de Banque". Heb je ook opgemerkt dat de advocaat dat heerlijke woord Million met een hoofdletter schrijft ? Dertien Miljoen, Linda.

Davidas weet meer van mijn familie dan ikzelf. nonkel Christophe was weduwnaar en woonde in Tagbligbo, een stad in Zuid-Togo. Hij was chef-ingénieur bij West African Cement, dat verklaart zijn fortuin. Zijn overlijden dateert al van 21 juli 2005. Vier jaar lang heeft Michel Davidas gezocht naar een erfgenaam. Een zoektocht die niets heeft opgeleverd. En wat zegt het Togolese erfenisrecht in zo'n geval? Je gelooft het niet, Linda, maar
"en cas de non existence de la famille légitime d'un dernier, un membre répondant au même nom que le défunt devient son bénéficiaire".

De familienaam Fillet is der! tien! mil! joen! waard. De heer Michel Davidas - vanaf nu noem ik hem mijn vriend - wil de zaak graag voor me afhandelen, à rato van 50/50. Doe maar, mijn vriend. Dan hou ik nog ruim zes miljoen over. Ik ben niet schraperig.

Vandaag nog pak ik mijn koffers. Ik koop mezelf een tropenhelm en een muskietennet. Spoorslags naar Tagbligbo, vast een mooie stad. De Togolezen schijnen vriendelijke mensen te zijn. Hier vinden ze wel iemand anders om dat radioprogrammatje van me te presenteren en de Knack Weekend raakt ook zonder mij gevuld.
Cordialement, mr. Davidas, attendez-moi, j'arrive! Tabé, Linda !

(Linda is Linda Asselbergs. Haar antwoord staat in de Weekend Knack.

Labels:

donderdag, mei 28, 2009

Stem

Ik heb net een stuk speelgoed in de rechterbalk gezet. Politiek speelgoed. Stem, en dan weten we wat de gemiddelde politiek kleur is van mijn bezoekers.

Labels:

woensdag, mei 20, 2009

Echte vent


Linda heeft naar M!LF gekeken en schreef een stukje over echte venten. Ik heb niet naar M!LF gekeken, ik zag een echte vent in de Colruyt van Temse. Ik dank hem voor de inspiratie.

Blond en brede schouders, leren vest op de juiste plekken afgesleten, een man die beseft dat hij een vént is en die weet dat er naar hem wordt gekeken. Er zit een scheur in zijn jeans. Ik zie een stukje getatoeëerde kuit. Tribal. Maar hij loopt wel gewoon achter een winkelkarretje door de Colruyt. Net als ik. Op de parking heb ik een Landrover Defender zien staan, met achterin een rottweiler. De zijne, denk ik.

We kruisen elkaar ter hoogte van de kristalsuiker. Hij heeft Jupiler in zijn kar, Cola Zero, hondenbrokken, diepvriespizza en seizoen zes van de Sopranos. En hij heeft een ringetje door zijn wenkbrauw. Dat doet me twijfelen : misschien toch niet die Defender, maar die getunede Opel Astra. Ik verlies hem uit het oog als ik de groenteafdeling inrijd. Hij slaat die over. Echte venten eten geen sla. Ik wel. En worteltjes, tomaten en witlof. Zo staat het op mijn boodschappenlijstje. Ik moet ook nog een verjaardagscadeautje vinden voor een dertienjarig jongetje en ik moet even terug naar het rayon zeep en aanverwanten zie ik, want ik ben tandpasta vergeten.

Daar zie ik hem weer. Gsm aan het oor. De gang is leeg, alleen hij en ik. "Is het een blauw doosje?" hoor ik hem vragen. Hij merkt mij nu ook op. Betrapt bij het uitkiezen van maandverband. Hij draait en keert het doosje in zijn ventenhanden. Het liefst was hij heel alleen in de Colruyt geweest. "Luchtdoorlatend, staat er op", fluistert hij. Ik hoor hem sterven. Hij draait zijn rug naar me toe. Ik moet mijn best doen om het gesprek te volgen. "Dat weet ik niet, schatteke. Is dat niet allemaal hetzelfde?" Ik zoek mijn tandpasta en neem daar mijn tijd voor. "Nee, zoeteke, echt niet. De Always is op, denk ik." Ik vraag me af hoelang mijn zoektocht naar tandpasta geloofwaardig blijft. "Carefree is er wel."

Het wordt Carefree. Hij zet het blauwe doosje terug en kiest het economy pack, telegeleid door zijn vriendin thuis. Hij neemt ook nog een busje Veet uit het rek.

Terwijl de juffrouw aan de kassa het maandverband en de Veet aanrekent, verdiept hij zich in de tekst op de rug van de Sopranos. En op de parking loopt hij recht op de Opel Astra af.

Labels:

zondag, mei 10, 2009

Bob


Een column van efkens geleden. Lichtjes verouderd. Maar ik zet hem hier toch, al was het maar voor de volledigheid. Linda van Weekend Knack had moeite met antwoorden omdat Dylan haar volkomen onbewogen laat. Het blijkt dus waar te zijn dat niemand volmaakt is.

Ik heb 'Bob Dylan' geselecteerd en laat mijn iPod verder zijn zin doen. 'It's all over now, baby blue' weerklinkt. Volkomen willekeurig geshuffeld uit vijfhonderdéénenvijftig dylannummers waartussen de machine had kunnen kiezen. Vijfhonderdéénenvijftig, Linda. Ik ben zot, ik weet het. Dylanzot.

En bij elk lied van Dylan hoort een verhaal.

25 juli 1965. Hij was net van het podium gejouwd omdat hij
elektrisch had durven spelen op een folkfestival. "Hij gaat zijn akoestische gitaar halen", suste de organisator het joelende publiek. Er was ook nog een man met een bijl die dreigde de stroomkabels door te hakken. Dylan kwam met tranen in de ogen opnieuw het podium op en speelde 'It's all over now'. Akoestisch. Achteraf bleek dat de volkswoede meer te maken had met het abominabel slechte geluid dan met die elektrische gitaar. Maar het was gebeurd: de vanzelfsprekende liefde tussen Dylan en zijn publiek was all over, baby blue.

Vorige dinsdag was hij in Brussel. Ik ga altijd. Maar deze keer niet, want ik ben boos op Dylan. Dat is onnozel, boos zijn op Dylan. Het is zoals boos zijn op God of op de koning. Dylan, God en de koning trekken zich daar niks aan. Het glijdt van hen af, als water van een eend. Ik weet dat.

Mijn boosheid betreft zijn orgel. De laatste keren dat ik hem zag, verschool Dylan zich bezijden het podium achter een orgel. Dat is fout. Dylan moet gitaar spelen. En mondharmonica. Vooraan, dicht bij zijn publiek. En dat Bob nu eindelijk die verdomde hoed eens afzet. Breedgerand onding dat met zijn duistere slagschaduw Dylans gezicht onzichtbaar maakt. Wij hebben recht op dat gezicht. En ik wil dat hij ons toespreekt tussendoor. Dat doet hij niet, Linda. Nooit. Of bijna nooit. De zeldzame keren dat hij iets zegt, wordt dat als groot nieuws gemeld op gespecialiseerde websites.
"Dylan talks!" Zo leert ons het internet dat Dylan dertien jaar geleden in Vorst de volgende woorden heeft gesproken: "Wanna say hello to my good friend, the Chopper, who’s down here. Let me say that the Chopper has seen me more times than myself!" Die Chopper is een vurige fan die Dylan achterna reist en alle concerten probeert bij te wonen. Wat een woordenvloed! Dank u Chopper.

Excuseer me even, Linda. Mijn iPod speelt
'To Ramona'. Dat is mijn lievelingslied. Ik euh... wacht, ik moet drie minuten luisteren.

(...and someday maybe, who knows baby, I'll come and be crying to you.)

Zo. Klaar. Waar waren we gebleven?

Labels: