zaterdag, januari 30, 2010

Onafhankelijk


Lieven Verstraete werd terechtgewezen in zijn oortje. "Van de liberale onafhankelijke denktank Itinera", had hij gezegd toen hij Marc De Vos introduceerde. Na het gesprek maakte hij ervan "Marc De Vos van de onafhankelijke, ik moet het goed zeggen, onafhankelijke denktank Itinera".

Dat soort dingetjes komt op de redactionele longlist van Feiten en Fillet terecht. Wij kennen Itinera, we bellen geregeld met hun hoofdeconoom, Ivan Van de Cloot. We zijn een beetje fan van die man. Hij praat goed, we krijgen elke keer een heldere en deskundige uitleg, goed verteld, relativerend, af en toe een grapje. Sprekers zoals we ze graag hebben bij Feiten en Fillet. Maar wie betaalt hem? Bij gelegenheid moeten we hem dat eens vragen, vonden we al langer. Lieven zijn rechtzetting gaf ons die gelegenheid. Niet dat het wereldradio zou opleveren, maar je weet maar nooit. Erik zou een verkennend telefoontje doen met Marc De Vos, directeur van Itinera.

Dat viel tegen. Boos. Niet boos. Geen haar op zijn hoofd dat eraan denkt om een interview te geven over wie Itinera financiert. "Wij zijn daar volkomen transparant over maar wij willen beoordeeld worden op onze standpunten, niet op de manier waarop we zijn georganiseerd." Hij zei ook nog iets over "dat programma dat citaten uit zijn context rukt", maar het zou kunnen dat Erik dat verkeerd begrepen heeft.

Dat leverde vrijdag dus niks op, het onderwerp belandde in de redactionele vuilbak. Voorlopig. Want het Itinera Institute is op zijn website inderdaad volkomen transparant. "Volledige onafhankelijkheid – structureel en financieel – van politieke partijen, professionele organisaties en de overheid", staat er. Zo. Nu weten we wie hen niét betaalt. Maar, meneer De Vos, dat was de vraag niet. We willen weten wie jullie wél betaalt. En hoe jullie erin slagen onafhankelijk te blijven van die weldoeners. Met dertig zijn ze, die schenkers, dat staat ook nog op de website. Dat moeten bedrijven zijn en goedboerende individuen. We zijn er alleen maar nieuwsgieriger naar geworden.

Labels:

woensdag, januari 27, 2010

Dieren eten


De achterflap van Dieren Eten van Jonathan Safran Foer heeft het me voorspeld en het blijkt waar te zijn: ik denk niet dat ik nog vlees lust.

We eten stront en pus. Dat is geen beeldspraak van Jonathan Safran Foer, dat is letterlijk zo: stront en pus. De enige troost die me rest is de hoop dat het in Europa wat minder erg is dan in de VS. Maar ik vrees dat ik op die manier mezelf iets wijs probeer te maken.

Ik wil niet langer medeplichtig zijn. Miljarden dieren leven in gruwelijke omstandigheden en worden op net zo gruwelijke wijze geslacht. Bovendien is de veeteelt de hoofdoorzaak van de opwarming van de aarde, belangrijker dan de transportsector inclusief de luchtvaart. En we maken onszelf ziek door vlees te eten. Vanaf vandaag ben ik dus vegetariër. Dat schaap in de hutsepot gisteren is het laatste geweest. Ik neem me voor niet bekeerderig te worden. Maar lees dat boek toch ook maar eens.

maandag, januari 04, 2010

In de badkamer

-Schat, ik weet dat je het op je zenuwen krijgt als ik over homeopathie begin, maar ik heb gisteren die druppeltjes genomen en het helpt al een beetje.
-Het helpt, dat zal wel. Maar het wérkt natuurlijk niet.
-Ach, dat argument opnieuw. Dat het allemaal in het kopke zit?
-Psychologie, inderdaad. Je wil zo graag dat het werkt.
-Sorry, maar zo zit ik niet in elkaar. Psychologie, daar geloof ik niet in.

donderdag, december 31, 2009

2010 dus

In 2010 ga ik tevreden worden, dat heb ik mezelf beloofd. Ik heb even overwogen om meteen voluit voor het Grote Geluk te gaan, maar dat is misschien wat overdreven. Je moet niet teveel verlangen van het leven. Tevreden zijn is haalbaar. Tevreden kan je zijn ondanks alles. Met het Grote Geluk ligt dat wat moeilijker. Dat laat zich niet najagen, herinner ik me van vorige nieuwjaren. De jacht op het Grote Geluk eindigt met Grote Ontgoochelingen.

Tevreden dus. Van verse lakens en van koffie met een wolkje melk bij het ontbijt en van de vogels in de tuin en van de cellosuites van Bach en van de poes die zich uitrekt en van mijn verwondering dat ik nog weet wat een asymptoot is en van de buurman die naar zijn duiven fluit en dat ik het uitgelegd krijg aan mijn dochter, dat van die asymptoot, en dat ze vervolgens een acht zal halen op school, wat mij zelden is gelukt.

Ik zal naar buiten kijken door het raampje van de trein en dan zal ik de file zien staan onder de spoorwegbrug en dan zal ik tevreden zijn: goed dat ik daar niet tussen hoef te staan. En als ik met de auto naar het werk rij, zal ik zelf in die file staan onder dezelfde spoorwegbrug, en dan zal ik ook weer tevreden zijn want het regent en dan stinken de mensen in de trein naar natte hond, en goed dat ik daar niet tussen hoef te zitten.

En dan zal het zondag worden en we vervelen ons en we spelen scrabble en ze heeft een vijftigpuntenwoord en ik heb ook een vijftigpuntenwoord en we zullen lachen dat dat godsonmogelijk toevallig is en dan zal ik tevreden zijn en dan zal zij tevreden zijn en de oorlog is ver weg en we nemen tevreden een koekje bij de thee.

Zullen we naar buiten gaan zegt ze en we slenteren naar het museum en we zijn tevreden want we moeten niet betalen en we kijken naar de madonna en het kind en naar de rode engeltjes en naar de blauwe engeltjes en naar de merkwaardigste borst uit de kunstgeschiedenis en ze zegt dat we nog eens moeten gaan kijken naar Vermeer in Amsterdam en naar Van Gogh en ik zal zeggen ja, dat moeten we nog eens doen.

En ik zal tevreden zijn dat ze haar rode jurkje heeft aangetrokken en ik zal tevreden zijn als ze haar rode jurkje heeft uitgetrokken en als alles opnieuw wordt wat het vroeger was, toen er niets dan later was en toen we ongeduldig dachten dat we alles beter gingen doen en toen deden we alles precies hetzelfde en later zullen we oud zijn maar nog lang niet dood en dan zitten we samen op een bankje en voeren de eendjes in het park.

En straks is het de laatste dag van de laatste maand en straks wordt er afgeteld van negen en acht en zeven en op televisie doen ze net als vorig jaar alsof alles goed zal zijn en vier en drie en twee en één en dan begint de klok aan twaalf trage slagen en ontaardt de nacht in vrolijkheid.

Die klok is nog van mijn opa en mijn oma geweest. Ook zij telden zeventig jaar geleden de slagen en ze kusten en ze zegden gelukkig nieuwjaar. Het werd toen 1940.

(Verschenen in Libelle, 31/12/09)

Labels:

dinsdag, december 15, 2009

Griep

Op de radio zei iemand dat de Mexicaanse variant over zijn hoogtepunt is. Het aantal besmettingen daalt. Ik hoorde het en ik dacht dat het niet eerlijk was: iedereen heeft recht op zijn griep. Ook ik.

Dan zal ik in mijn bed alle afleveringen van de Sopranos bekijken als ik griep heb en dan zal ik het boek van T.E. Lawrence lezen en de teksten van Dylan uit het hoofd leren. Eindelijk griepkoorts en zeeën van tijd. Ik zal schrijven want ik hoef niet te werken en dan is er geen druk. Kom virussen, kom. Neemt en eet, dit is mijn lichaam. Kluister mij aan mijn bed, dat ik kan tekenen en componeren en als ik griep heb gaat de wereld versteld staan.

En toen schreef de dokter vier dagen. Ik woelde mijn lakens weg en ik zweette en ik zag de olifant naderen die zijn poot ophief en die dreigde hem weer neer te zetten waar mijn hoofd lag. En ik werd net niet verpletterd maar daar kwam de volgende olifant al aangeijld en weer die poot en opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Meer dan dat heeft het niet opgeleverd.

dinsdag, december 08, 2009

Niet

Het is stil in huis. De klokt tikt, dat wel. Maar ze tikt uit gewoonte, ik geloof niet dat de tijd verglijdt. En er is het vaag geruis dat de regen maakt. Loodrecht, zonder wind en zonder overtuiging.

Ik stel uit. De dag hoeft niet te beginnen. Er hangt een sluier voor de wereld. Er gebeurt vandaag niets als ik niet wil. En ik wil niet.

Telefoon!

woensdag, december 02, 2009

Ook gevaarlijk

Het Meiserplein in Brussel is een merkwaardige plek. Er wordt daar door het rode licht gereden. Systematisch. Ook door brave huisvaders. Maar ik stopte netjes. Naast me stopte een grijze Fiat, ook netjes.

Het duurt daar even voor het weer groen wordt, dus ik keek wat rond. Naar de chauffeur van de Fiat. En ik keek nog eens, want ik geloofde mij ogen niet. Hij was film aan het kijken, op een scherm dat rechts van zijn stuur zat gemonteerd. Porno. Niet dat dat er toe doet, maar het was dus wel porno. Allez, ik dacht toch kronkelende, tekstielloze lijven te ontwaren. Die rijdt straks tegen een boom, dacht ik. De auto achter me klaxonneerde dat het groen was.

Vijfendertig kilometer verder shuffelde mijn iPod naar iets van Aretha Franklin. Ik zong mee: And nobody can make me do wrong. Met mijn ogen toe. Het was in de bocht naar de Scheldebrug. Toen ik mijn ogen weer open deed, kon ik nog net de vangrail ontwijken.